Toen ik het gebied ging analyseren liep ik een bepaalde route. Je loopt eigenlijk automatisch in een bepaalde lijn omdat het een lineaire gebied is. Mijn doel is om het gebied te versterken door middel van natuurlijke elementen. Ik heb gekeken naar de route. Hoe men loopt door het gebied. Qua vorm ga ik werken met natuurlijke elementen. Ik heb hier gekeken naar de locatie, de routing, gepraat met bewoners en een enquête gehouden. Ik heb mij laten inspireren door de natuur en gewerkt met beleving, context en routing.  
Gebied analyse

Boom: Ik ben over het zebrapad gegaan want dat voelt veilig aan. Het verkeer stopt voor mij en ik kan veilig naar de overkant lopen. Ik sta in de schaduw en het voelt alsof ik even aan het schuilen ben. Voor de zon, verkeer, drukte en de dagelijkse stres. Het komen en gaan van het verkeer, iedereen lijkt haast te hebben en ik heb het gevoel of ze mij niet zien. De wind die door de bomen waait, voelt alsof ik in een bos ben. Ik zie iedereen maar ziet iedereen mij ook?

Steeg: De straat is druk en onoverzichtelijk. Dit omdat de route onduidelijk is omdat je vele kanten op kan. Ik zit nu aan het begin van een smal steegje. Hier is minder lawaai en hier heb ik overzicht. De wind waait langs mij. Het licht contrasteert mooi met de schaduw die zich in de steeg bevind. Verschillende studenten en mensen lopen voorbij maar zien mij niet. De steeg voelt koud en kil aan maar ook fijn vanwege de rust.
Gras en overkapping: Ik zit naast een verhoogd grasveld. Ik zit op de stenen rand. Het gras voelt zacht aan. Ik zie een mooie contrast omdat er grote stenen in het grasveld staan. Om het veldje staan gebouwen van steen. Zacht versus hard. Het grasveld staat vlak naast de 'Academie voor bouwkunst'. Het lijnwerk (horizontaal), valt mij op omdat het met de route meeloopt. Het versterkt de route. Ik zie verschillende materialen om mij heen, namelijk beton, ijzer, staal en baksteen.
Back to Top